Blijven zitten

‘Toen ik vijf jaar was, kreeg een ongeluk met mijn oog. Ik heb toen een half jaar in het ziekenhuis gelegen. Maar eenmaal terug op school, lag ik een jaar achter. Daardoor bleef ik zitten. Ik kon wel lezen en schrijven, maar alleen de makkelijke woorden. Ik ging daarna elk jaar met de hakken over de sloot. We hebben ook stratenmakers nodig, riep de leraar dan. Ik heb mijn achterstand op school niet meer ingehaald.’

Bloemenzaak

‘Maar ik werd geen stratenmaker, zoals mijn leraar zei. Op mijn eenentwintigste begon ik samen met mijn vrouw een bloemenzaak. Met doorzettingsvermogen kom je een heel eind. Mijn vrouw deed de administratie, ik stond in de winkel. Als klanten belden om hun bestelling door te geven, gebruikte ik altijd een smoesje. Dan gaf ik bijvoorbeeld een collega aan de lijn omdat ik zelf zogenaamd druk was. En als die er niet was, gebruikte ik afkortingen. HG voor hartelijk gefeliciteerd.’

Voorlezen

‘Mama las altijd onze kinderen voor, papa nooit. Tot moeder op een keer niet thuis was. Ik bracht mijn zoontje naar bed en hij vroeg mij of ik hem wilde voorlezen. Ik probeerde op allerlei manieren te verbloemen dat ik niet begreep wat er stond. We pakten het boekje van Kabouter Plop erbij en ik begon er mijn eigen verhaaltje van te maken. Toen zei mijn zoontje, dat staat er helemaal niet. Ik zeg nog: nee? Hij pakte toen het boekje van mij af en begon mij voor te lezen. Op zo’n moment is het hek van de dam. Als je dan klaar bent en je de trap afgaat, dan heb je er toch wel veel moeite mee. Want je hebt het gevoel dat je iets niet kunt, dat je dom bent.’

Computer

‘Toen het faxapparaat kwam, rolde alle bestellingen in mijn bloemenzaak zo uit het apparaat. Ik hoefde zelf nauwelijks nog te schrijven, een opluchting. Maar toen de computer kwam, was dat een ramp voor mij. Hij deed nooit wat ik wilde. In de krant zag ik een oproep voor een computercursus. Ik ging overstag. Met de docente sprak ik af dat ik de cursus zou combineren met lessen Nederlands.’

Last

‘Vierentwintig uur per dag heb je last van je laaggeletterdheid. Elke dag op je werk denk je, wat moet ik doen en hoe moet ik het doen. ‘s Avonds, als je in bed ligt, denk je na over hoe je de volgende dag weer van alles moet verzinnen om onder alles uit te komen. Mijn zoon zei eens tegen mij, dat ik hem altijd vertelde dat je niet mag liegen. Maar de grootste leugenaar was ik.’

Vertrouwen

‘Ik verbloemde dat ik moeite had met lezen en schrijven. Ja, waarom eigenlijk? Ik wilde niet dat mensen tegen iedereen op straat zeiden, van, heb je het gehoord? Jos Niels kan helemaal niet schrijven. Wat een stomme gozer is dat. Daarom vertelde ik het niet.’

Wacht niet zolang als ik

‘Ik ben nog altijd trots op de mensen die zoveel tijd in mij hebben gestoken om mij redelijk goed Nederlands te kunnen leren lezen en schrijven. Ik heb tot mijn vijftigste gewacht. Mijn wereld was veel mooier geweest als ik veel eerder had leren lezen en schrijven. Dan had ik al die jaren de films en de televisie kunnen volgen. Ik had de krant kunnen lezen. Ik had een brief kunnen schrijven. Wacht niet zolang zoals ik heb gedaan. Overwin de angst. Want achteromkijken op dat wat je niet hebt gedaan, is moeilijk dan vooruit kijken.’

De verhalen in de rubriek MijnVerhaal zijn eerder, soms in aangepaste vorm, gepubliceerd op de site van Stichting Lezen & Schrijven.

Wil je mensen als Jos helpen? Word dan taalvrijwilliger! Er zijn in jouw buurt ook mensen die je kan helpen met lezen, schrijven of rekenen. Dat kan een-op-een, maar ook in groepen.

Mijn wereld is zoveel groter!

Onze website maakt gebruik van cookies om het gebruik en functionaliteit te waarborgen. Klik hier voor meer informatie over onze cookies.

OK