Analfabeten (ongeletterden) zijn mensen die helemaal niet kunnen lezen en schrijven. In Nederland betreft dit naar schatting 250.000 mensen.
Anderhalf miljoen Nederlanders boven de zestien jaar hebben grote moeite met lezen en schrijven. Deze mensen noemen we laaggeletterd. Zij zijn niet in staat gedrukte of geschreven informatie te gebruiken en kunnen hierdoor minder goed functioneren in de samenleving, thuis en op het werk. Tweederde is van Nederlandse afkomst en eenderde van deze groep is migrant.
Ja. Er zijn variaties in aantallen, maar overal in Nederland is laaggeletterdheid een probleem met vergelijkbare omvang en gevolgen. Uit onderzoek van provincies blijkt bijvoorbeeld dat de aard en de omvang van de problematiek in de provincie Utrecht wordt geschat op zestien procent van de bevolking tussen vijftien en 75 jaar. In Noord-Brabant is dertien procent van de volwassen Brabanders tot 65 jaar laaggeletterd. Ongeveer twaalf procent van de bevolking in Groningen is laaggeletterd.
Laaggeletterdheid is in de meeste Westerse landen een omvangrijk probleem. Zweden heeft het hoogste niveau van geletterdheid. Duitsland heeft iets minder laaggeletterden dan Nederland en de meeste andere Europese landen hebben meer laaggeletterden. In het Verenigd Koninkrijk is 23 procent van de bevolking laaggeletterd. In landen als Canada, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk kan tussen de twintig en dertig procent van de bevolking niet rekenen. In de Verenigde Staten is circa 25 procent van de zestien tot 25-jarigen laaggeletterd. In Aziatische, Arabische en Afrikaanse regio’s komt laaggeletterdheid het meest voor. De gemiddelde percentages schommelen er tussen de veertig en vijftig procent. In Zuid-Amerikaanse landen komt laaggeletterdheid iets minder vaak voor (tussen de tien en vijftien procent).
Laaggeletterdheid treft alle geledingen van de bevolking, of het nu gaat om mannen of vrouwen, ouderen of jongeren, werkenden of niet-werkenden. Op het laagste niveau van geletterdheid (IALS niveau 1) functioneert :
Op het werk hebben laaggeletterden moeite met het:
In het dagelijkse leven hebben deze mensen bijvoorbeeld moeite met:
Hoe ontstaat laaggeletterdheid? Wie lopen een verhoogd risico om laaggeletterd te worden?
Mensen:
Als er zoveel laaggeletterden zijn en als het probleem zo groot is, waarom horen we er pas de laatste jaren over?
Laaggeletterden:
Op de scholen scoren Nederlandse jongeren goed, maar er is ook een grote groep zwakke leerlingen die steeds slechter scoort op lees, schrijf- en rekentaken. Ongeveer 10 procent van de leerlingen in het basisonderwijs kan aan het eind van groep drie nog niet goed genoeg lezen. Bij technisch lezen scoort 25 procent van de leerlingen aan het eind van groep acht niet hoger dan de gemiddelde leerling aan het begin van groep zes. Op dit punt zijn er geen verschillen tussen allochtone en autochtone leerlingen. De meeste leerlingen die in het basisonderwijs al leesproblemen hebben, lopen de afstand later moeilijk in. Zij krijgen daardoor steeds meer moeite met andere vakken. Van de schoolverlaters in de leeftijd van zestien tot negentien jaar kan zeven procent nog steeds niet goed genoeg lezen om zich in onze samenleving zelfstandig te kunnen redden. In het beroepsonderwijs kan dertig procent van de jongeren niet mee op niveau één en twee.
De gezondheidszorg is jaarlijks 61 miljoen euro kwijt aan laaggeletterdheid. Op het terrein van de sociale zekerheid gaat het om 456 miljoen euro. Justitie betaalt jaarlijks 19,5 miljoen euro aan laaggeletterdheid.
Wat levert het uitbannen van laaggeletterdheid op?
Het uitbannen van laaggeletterdheid levert de maatschappij een besparing op van 537 miljoen euro per jaar. Daarnaast zal volledige uitbanning van laaggeletterdheid leiden tot een groei van het bruto binnenlands product (BBP) met tien tot 22 procent. Het onderzoek Stil Vermogen geeft u meer informatie.
Beide. Ons leven draait steeds meer om geschreven taal. Mensen worden steeds vaker geacht zelfstandig keuzes te maken op basis van geschreven of digitale informatie (zoals bij de invoering van het nieuwe zorgstelsel eind 2005). De mate waarin iemand toegang heeft tot informatie is steeds meer bepalend voor zijn of haar positie in de samenleving. Aan de andere kant groeit het bewustzijn over de problematiek en zijn er steeds meer organisaties die aan de slag gaan. Dit moet op den duur leiden tot afname van het aantal laaggeletterden.
In vergelijking met andere landen presteren Nederlandse kinderen bovengemiddeld. Echter, in vergelijking met onderzoek uit 2001 presteren de kinderen slechter. Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse kinderen steeds vaker gemiddeld presteren op het gebied van leesvaardigheid. Er bestaan steeds minder goede lezers en steeds meer gemiddelde en slechte lezers. Vooral meisjes presteren slechter in vergelijking met enkele jaren geleden. Voor een goede leesvaardigheid zijn twee zaken van groot belang: leesbevordering vanuit school en leesplezier vanuit ouders. De school dient aandacht te besteden aan de leescultuur en ouders dienen kinderen van huis uit te stimuleren om te lezen. Kinderen geven aan minder vaak te willen lezen: slechts 58 procent leest thuis voor het plezier .