In Nederland zijn naar schatting anderhalf miljoen mensen laaggeletterd. Deze mensen hebben grote moeite met lezen en schrijven, waardoor zij in het dagelijks leven of op het werk minder goed kunnen functioneren.
Van deze anderhalf miljoen mensen is één miljoen autochtoon en een half miljoen allochtoon. Van de één miljoen autochtonen is een kwart vrijwel geheel ongeletterd.
De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling – een samenwerkingsverband tussen 30 landen) definieert geletterdheid als de kennis en vaardigheden die nodig zijn om:
Laaggeletterden beheersen de lees-, schrijf- en rekenvaardigheden op een zodanig laag niveau dat zij niet in staat zijn om te functioneren in de maatschappij, thuis en op het werk of om zich verder te ontwikkelen.
In Nederland zijn naar schatting anderhalf miljoen volwassenen laaggeletterd. Deze mensen hebben grote moeite met lezen en schrijven, waardoor zij in het dagelijks leven of op het werk niet voldoende kunnen functioneren. Zij hebben bijvoorbeeld moeite om een treinkaartje te kopen, hun (klein)kind voor te lezen, bijsluiters van medicijnen te lezen, straatborden te lezen, formulieren in te vullen etc. Van deze anderhalf miljoen mensen hebben één miljoen mensen een Nederlandse achtergrond. Een half miljoen heeft een niet-Nederlandse achtergrond.
De Onderwijsinspectie constateerde in het Onderwijsrapport 2006/2007 dat vijf procent van de 15-jarigen laaggeletterd is en nog eens tien procent van de 15-jarigen zulke ernstige lees- en schrijfproblemen heeft dat zij een groot risico lopen ook laaggeletterd te worden. Ook bleek uit hetzelfde rapport van de Onderwijsinspectie dat 25 procent van de kinderen in groep 8 een leesachterstand heeft van twee jaar. In het rapport 2007/2008 concludeerde zij dat aan het begin van het eerste leerjaar 60 procent van de leerlingen van de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen van het vmbo bij tekstbegrip onder het volgens de toets gewenste niveau voor leerjaar 1 presteert. Bij woordenschatontwikkeling is dat ruim 50 procent. Bijna alle leerlingen in het praktijkonderwijs hebben ten minste twee, maar vaak meer leerjaren achterstand op deze vaardigheden.
Het beheersen van de basisvaardigheden lezen en schrijven als voorwaarde voor het zelfstandig functioneren van elk individu in de samenleving, wordt door een steeds breder publiek erkend. Er is steeds meer aandacht voor het thema laaggeletterdheid. Toch zijn er nog teveel Nederlanders die menen dat laaggeletterdheid in hun directe omgeving niet voorkomt. Zij zullen er dan ook weinig attent op zijn en het probleem niet herkennen, wat voor de laaggeletterden in hun omgeving een gemiste kans is.
Deze onbekendheid voedt het taboe: doordat er te weinig over laaggeletterdheid wordt gesproken, denken laaggeletterden zelf dat zij de enigen zijn, waardoor ook zij moeite zullen hebben om het bespreekbaar te maken. Om meer laaggeletterden te stimuleren om voor hun probleem uit te komen en een cursus lezen en schrijven te gaan volgen dient het probleem beter herkend te worden, maar ook bespreekbaar te worden gemaakt.
De Week van de Alfabetisering biedt hiervoor een uitgelezen kans. De thema's taal, lezen en schrijven staan landelijk (en op 8 september wereldwijd) een week lang in de schijnwerpers.
Lees meer over laaggeletterdheid op www.lezenenschrijven.nl